3 juni 2026

Weldra raadkamer en KI via videoconferentie?

Tijdens de vergadering van de commissie voor Justitie van het federale parlement op 21 april 2026 werd een probleem belicht dat justitie al geruime tijd parten speelt: duizenden gedetineerden geraken niet tijdig van de gevangenis naar de rechtbank. Als mogelijke oplossing kijkt de regering steeds nadrukkelijker naar videoconferentie, met name voor zittingen van de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling (KI).

Ook voor beëdigd tolken kan deze evolutie belangrijke gevolgen hebben.

Bijna 4.000 mislukte overbrengingen in één jaar

Uit cijfers die tijdens de commissievergadering werden besproken, blijkt dat in 2025 bijna 4.000 overbrengingen van gedetineerden naar rechtbanken niet konden plaatsvinden. Dat komt neer op ongeveer tien mislukte transporten per dag.

De gevolgen zijn niet louter organisatorisch. In verschillende dossiers zouden verdachten zelfs vrijuit zijn gegaan omdat zij niet aanwezig konden zijn op hun zitting. Vooral in het arrondissement Brussel / Halle-Vilvoorde en bij transporten vanuit de gevangenis van Haren blijken zich aanzienlijke problemen voor te doen.

Volgens minister van Justitie Annelies Verlinden zijn de oorzaken veelzijdig: personeelstekorten bij de Directie Beveiliging (DAB) van de federale politie, organisatorische knelpunten bij verschillende actoren én de aanhoudende overbevolking van de gevangenissen.

Regeerakkoord zet deur open voor videoconferentie

Om het aantal noodzakelijke transporten te verminderen, wil de regering meer gebruikmaken van videoconferentie. Daarbij wordt vooral gedacht aan procedures die relatief kort duren, zoals zittingen voor de raadkamer en de KI.

De minister bevestigde dat hierover expliciete afspraken zijn opgenomen in het regeerakkoord. Ter herinnering, in het federale rekeerakkoord is o.a. deze passage opgenomen:

"Om overplaatsingen van gedetineerden naar gerechtsgebouwen te verminderen, zorgen we ervoor dat zittingen voor de Raadkamer en de Kamer van Inbeschuldigingstelling die vaak maar enkele minuten duren ook in de praktijk maximaal plaatsvinden in faciliteiten bij de detentieplaatsen en/of via videoconferentie. In de regel zullen gedetineerden zo min mogelijk verplaatst worden, en uitzonderingen hierop dienen te worden gemotiveerd vanuit omstandigheden die verband houden met de rechten van verdediging of het ontbreken van gepaste infrastructuur. Indien de cliënt dit wenst dient de advocaat wel steeds over de mogelijkheid te beschikken om zijn cliënt ter plaatse bij te staan."

Volgens de minister loopt er momenteel een project om videoconferentie zowel technisch als juridisch mogelijk te maken voor deze procedures.

Fysieke aanwezigheid van de deelnemers blijft de norm

Tegelijk benadrukte minister Verlinden dat voor de behandeling van strafzaken ten gronde fysieke aanwezigheid van alle deelnemers het uitgangspunt blijft. Voor strafzaken is dat expliciet verankerd in artikel 556 §2 van het Wetboek van strafvordering. Videoconferentie is in die optiek een aanvulling en geen vervanging van de klassieke zitting. Voor de behandeling van strafzaken ten gronde blijft fysieke aanwezigheid het uitgangspunt.

Volgens de minister loopt sinds 2022 een gefaseerde uitrol op het terrein, met als resultaat dat vandaag meer dan 200 sites zijn uitgerust met videoconferentieapparatuur. In 2024 werd met het project JustCourt een pilootfase uitgevoerd op vier sites in het kader van correctionele zittingen. Die pilootprojecten maakten het mogelijk om in reële omstandigheden niet alleen de organisatie te testen, maar ook functionaliteiten zoals vertaling en het gebruik van afzonderlijke virtuele ruimtes voor vertrouwelijk overleg tussen advocaat en cliënt. Op basis van de feedback zijn verschillende verbeteringen doorgevoerd die dit jaar verder worden getest en op grotere schaal kunnen worden uitgerold.

Blijvende aandachtspunten

Niet iedereen staat echter onverdeeld positief tegenover de geplande uitbreiding van videozittingen.

Tijdens de commissievergadering verwees volksvertegenwoordiger Marijke Dillen naar de kritische houding van de Orde van Vlaamse Balies (OVB). In overeenstemming met het EVRM en de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou verschijning via videoconferentie enkel bij uitzondering mogelijk mogen zijn. Volgens de advocatuur kunnen videozittingen risico's inhouden voor:

  • de kwaliteit van de communicatie;
  • de beoordeling van non-verbale signalen;
  • het vertrouwelijk overleg tussen advocaat en cliënt;
  • het recht op een eerlijk proces.

Deze bezorgdheden zijn overigens ook relevant voor beëdigd tolken. Tolken weten uit ervaring hoe belangrijk lichaamstaal, spreektempo, technische geluidskwaliteit en directe interactie zijn voor een correcte vertolking.

Een slechte verbinding of onvoldoende audiovisuele kwaliteit kan immers rechtstreeks gevolgen hebben voor de kwaliteit van de communicatie tussen de procesdeelnemers.

Wetgevend traject nog niet afgerond

Het huidige wettelijke kader laat het gebruik van videoconferentie nog niet in alle rechtsgebieden toe. Minister Verlinden maakte bekend dat de ministerraad op 3 april 2026 reeds een voorontwerp van wet heeft goedgekeurd dat verdere juridische obstakels moet wegwerken.

Dat ontwerp moet nog adviesprocedures doorlopen, onder meer bij de Raad van State, waarna het aan het parlement zal worden voorgelegd. Vervolgens zullen ook uitvoeringsbesluiten nodig zijn. Met andere woorden: de algemene invoering van videozittingen in raadkamers en kamers van inbeschuldigingstelling is nog geen feit, maar de voorbereiding is duidelijk volop aan de gang. Wij blijven het dossier opvolgen.

De volledige tekst van de mondelinge vragen en de antwoorden van minister van Justitie Annelies Verlinden uit de commissievergadering van 21 april 2026 leest u hieronder.

Samengevoegde vragen van

  • Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De gevolgen van de malaise binnen de DAB voor de overbrenging van gevangenen" (56014685C)

  • Kristien Van Vaerenbergh aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De transportproblemen en het gebruik van videoconferenties" (56014842C)

  • Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Videozittingen in strafzaken" (56014882C)

08.01 Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, in 2025 konden bijna 4.000 gevangenen door 3.721 voorvallen of gemiddeld 10 keer per dag niet naar een verhoor of naar de rechtbank worden gebracht.

Dat zijn cijfers die ik heb opgevraagd naar aanleiding van twee heel ernstige feiten die in de pers zijn verschenen. Blijkbaar zou het al om drie zaken gaan waarbij een beklaagde, een verdachte crimineel, werd vrijgesproken omdat hij zijn eigen rechtszaak niet en zelfs meermaals niet kon bijwonen. Uit die cijfers blijkt dat bijna 4.000 keer op één jaar tijd de aangevraagde transfer tussen de gevangenis en de rechtbank niet werd uitgevoerd, in totaal 7,2 % van de transfers. Een jaar eerder, in 2024, ging het om 6,9 % van de aangevraagde transfers. De gevolgen zijn desastreus. Er zijn drie zaken geweest in Brugge, Gent en Mechelen waarin de verdachten vrijuit gingen.

Achter die cijfers schuilt blijkbaar een erg grote malaise bij de Directie beveiliging of DAB van de federale politie. In het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde werd bijvoorbeeld maar liefst 21 % van alle aanvragen niet uitgevoerd. In Oost- en West-Vlaanderen ligt dat percentage respectievelijk op 12 % en 13 %. Ook is er een problematiek binnen de werking van de gevangenissen zelf.

Zowel bij de vrijspraak in Brugge als die in Gent voorbije winter moesten verdachten uit de gevangenis van Haren worden overgebracht. Wij zien dat net die gevangenis er met kop en schouders bovenuit steekt als de inrichting waar de meeste problemen opduiken met transporten.

De DAB zou bovendien kampen met de gevolgen van de overbevolking in de gevangenissen, wat natuurlijk behoorlijk voor zich spreekt. Het aantal niet-uitgevoerde transporten zit immers in stijgende lijn. Ook het aantal aanvragen voor overbrengingen steeg vorig jaar met meer dan 7.000.

Die problematiek kunnen wij niet langer negeren. Wij hebben de resultaten ervan gezien, zeker als wij rekening houden met het feit dat een niet-overbrenging op termijn wel degelijk kan leiden tot een strafrechtelijke vrijspraak.

Ik kom bij mijn vragen. Ten eerste, wat is uw reactie op de malaise binnen de DAB?

Wij hebben dat probleem al ter sprake gebracht, maar gezien de cijfers die wij nu hebben en het totaalplaatje van het probleem, hoor ik graag uw algemene reactie hierop.

Ten tweede, hebt u al overleg gepleegd met uw collega, de minister van Binnenlandse Zaken, om de problematiek te bespreken? Hoe vaak en wanneer vond dat overleg laatst plaats? Wat was het resultaat?

Ten derde, welke initiatieven zult u al dan niet in samenspraak met de minister van Binnenlandse Zaken in de nabije toekomst nemen om de problematiek binnen de DAB te verhelpen?

Ten vierde, ook binnen de gevangenissen loopt een en ander fout. Denk bijvoorbeeld aan de organisatie binnen de gevangenis van Haren, waar gevangenen naar verluidt zelf een transfer moeten aanvragen. Welke maatregelen zult u treffen om de problemen aan te pakken? Hoe verklaart u bovendien de grote verschillen tussen de gevangenissen?

Ten slotte, binnen welk tijdsbestek kunnen wij resultaten verwachten voor dit bijzonder dringende en ernstige probleem?

08.02 Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Ik verwijs naar de ingediende vraag.

Mevrouw de minister, uit recente cijfers blijkt dat een aanzienlijk aantal zittingen niet kan doorgaan omdat gedetineerden niet tijdig kunnen worden overgebracht naar de rechtbank. Dit heeft niet alleen een impact op de efficiëntie van justitie, maar ook op slachtoffers en alle betrokken partijen.

U gaf eerder aan dat "videoconferentie één van de oplossingen vormt, dat het wettelijk kader intussen werd aangepast en dat verdere uitrol in voorbereiding is". Tegelijk blijft de fysieke zitting vandaag nog steeds het uitgangspunt en verloopt de implementatie gefaseerd.

In de praktijk lijkt de afhankelijkheid van transport echter nog steeds zeer groot.

Mijn vragen:

In welke mate wordt videoconferentie vandaag effectief gebruikt in strafzaken, en in hoeveel dossiers vormt dit reeds een volwaardig alternatief voor fysieke overbrenging?

Welke concrete obstakels verhinderen vandaag nog een bredere toepassing in de praktijk (technisch, organisatorisch of juridisch)?

Tegen wanneer voorziet u dat videoconferentie op ruime schaal kan worden ingezet, zodat transportproblemen minder bepalend worden voor het al dan niet doorgaan van zittingen?

Wordt daarnaast overwogen om zittingen structureel binnen gevangenissen zelf te organiseren, bijvoorbeeld in grote instellingen zoals Haren, om het aantal transporten te beperken? Zo ja, welke stappen zijn daar reeds gezet?

Hoe ziet u de verhouding op termijn tussen fysieke zittingen, videoconferentie en zittingen in gevangenissen, en welke plaats krijgen deze alternatieven binnen de verdere modernisering van justitie?

08.03 Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, de wet van 25 april 2024 over de organisatie van zittingen per videoconferentie is in werking getreden. Naar aanleiding van de problematiek van het niet tijdig kunnen overbrengen van gedetineerden naar de rechtbank, gaan er stemmen op om dat te organiseren via videoconferentie.

De Orde van Vlaamse Balies is nochtans zeer kritisch. Het structureel inzetten van videosessies houdt aanzienlijke risico's in voor de rechten van verdediging. Denk bijvoorbeeld aan de moeilijkheid van vertrouwelijk overleg tussen advocaat en cliënt, aan het verlies van non-verbale communicatie en de mogelijke impact op het tegensprekelijk karakter van het debat. Dat kan leiden tot een afstandelijke behandeling en een minder kwalitatieve tegensprekelijkheid, wat raakt aan fundamentele beginselen zoals het vermoeden van onschuld en het recht op een eerlijk proces.

In overeenstemming met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou verschijning via videoconferentie enkel bij uitzondering mogelijk mogen zijn. Hoewel digitalisering en efficiëntie in de rechtsbedeling belangrijke doelstellingen zijn, rijst de vraag in welke mate die mogen primeren op de waarborgen van fundamentele procesrechten.

Bent u bereid het principe van fysieke aanwezigheid van de beklaagden als norm expliciet te verankeren?

Hoe beoordeelt u het kritische standpunt van de Orde van Vlaamse Balies inzake het gebruik van videoconferentie in strafzaken? Heeft er inmiddels overleg plaatsgevonden met de OVB en Avocat.be betreffende uw plannen? Zo ja, wat zijn de resultaten? Zo niet, zal dat nog worden georganiseerd?

Kunt u mij mededelen in welke mate er vandaag reeds gebruik wordt gemaakt van videozittingen in strafprocedures en voor welke rechtbanken? Graag een opsplitsing in raadkamer, KI, correctioneel en hof van beroep. Welke maatregelen zijn hierbij genomen om het gebruik van videoconferentie te omkaderen?

Tot slot, welke garanties bestaan er om de rechten van de verdediging, waaronder het vertrouwelijk overleg tussen advocaat en cliënt, te waarborgen tijdens videozittingen?

08.04 Minister Annelies Verlinden: Dank u wel, collega's. De problematiek van de overbrenging van gedetineerden naar de zittingen wordt samen met de betrokken actoren, waaronder de rechterlijke orde, het gevangeniswezen en de DAB van de federale politie, van nabij gevolgd. We zoeken ook samen naar oplossingen om de situatie te verbeteren.

De oorzaken van het probleem zijn divers. Het is niet alleen een kwestie van personeelstekorten bij de DAB, maar de problemen zijn ook van organisatorische aard bij DAB en RO. Uiteraard heeft ook de overbevolking een niet te miskennen impact op de organisatie.

De problematiek moet op verschillende fronten worden aangepakt, met investeringen in personeel en ondersteunende middelen bij de DAB en met efficiëntere communicatie tussen alle betrokken actoren. Het aantal verplaatsingen van gedetineerden moet eveneens worden beperkt, bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van videoconferentie voor zittingen die slechts enkele minuten duren, zoals die van de raadkamer of de KI. Daarover werden concrete afspraken gemaakt in het regeerakkoord.

De ruimere inzet van videoconferentie in gerechtelijke procedures, in lijn met de hervormingen die bij Justitie worden uitgevoerd, biedt bijkomende mogelijkheden om, waar passend, een aantal overbrengingen te vermijden zonder afbreuk te doen aan de rechten van verdediging of aan het statuut van slachtoffers. Initiatieven om meer zittingen in de gevangenis te organiseren, worden in overleg met de magistratuur en de advocatuur onderzocht. Die pistes worden stap voor stap ontwikkeld, met oog voor werkbaarheid en rechtswaarborgen.

Wat videoconferentie betreft, is het belangrijk de ratio legis te herhalen. De wet van 25 april 2024 is duidelijk en vermeldt uitdrukkelijk dat het niet de bedoeling is het gebruik van videoconferentie te veralgemenen of tot regel te verheffen. De norm blijft dat alle deelnemers fysiek aanwezig zijn voor de behandeling van zaken ten gronde. Voor strafzaken is dat expliciet verankerd in artikel 556 §2 van het Wetboek van strafvordering. Videoconferentie is in die optiek een aanvulling en geen vervanging. Er loopt momenteel een project om videoconferentie technisch en juridisch in te voeren in de raadkamers en de kamers voor inbeschuldigingstelling op basis van het regeerakkoord.

Wat de implementatie op het terrein betreft, loopt sinds 2022 een gefaseerde uitrol, met als resultaat dat vandaag meer dan 200 sites zijn uitgerust met videoconferentieapparatuur. In 2024 werd met het project JustCourt een pilootfase uitgevoerd op vier sites in het kader van correctionele zittingen. Die pilootprojecten maakten het mogelijk om in reële omstandigheden niet alleen de organisatie te testen, maar ook functionaliteiten zoals vertaling en het gebruik van afzonderlijke virtuele ruimtes voor vertrouwelijk overleg tussen advocaat en cliënt. Op basis van de feedback zijn verschillende verbeteringen doorgevoerd die dit jaar verder worden getest en op grotere schaal kunnen worden uitgerold.

Het huidige wettelijke kader laat het gebruik van videoconferentie nog niet in alle rechtsgebieden toe. Bovendien kunnen een aantal essentiële wettelijke garanties nog niet volledig worden gegarandeerd door de bestaande systemen. Een voorontwerp van wet om daaraan te verhelpen, werd op 3 april door de ministerraad goedgekeurd. Dat voorontwerp doorloopt nu de adviesprocedures en wordt daarna in het Parlement voorgelegd. Vervolgens komen er ook nog uitvoeringsbesluiten. Er wordt momenteel een analyse uitgevoerd van de behoeften, beperkingen en praktische uitvoeringsmodaliteiten. Daarna wordt een proof of concept gepland om de lessen uit die analyse te testen.

Tot slot neem ik de bezorgdheden van de Orde van Vlaamse Balies ernstig. Het vertrouwelijk overleg tussen advocaat en cliënt is een fundamentele garantie. Zo is het opnemen van zittingen standaard uitgeschakeld en zijn er virtuele breakout rooms beschikbaar.

De ordes worden, net als de andere terreinactoren, telkens geconsulteerd bij voorgestelde wijzigingen en hun aandachtspunten worden in de verdere uitwerking meegenomen. Die betrokkenheid is geen formaliteit, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een operationeel en juridisch sluitende invoering van de videoconferentie.

08.05 Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, u hebt op het merendeel van mijn vragen niet geantwoord. Ik had vragen over wat er fout loopt in de gevangenissen, de gevangenis van Haren op kop. U bent daar niet op ingegaan. U hebt geen maatregelen aangekondigd voor de gevangenissen zelf.

U zegt dat het om een samenloop van omstandigheden gaat. Ik heb de minister van Binnenlandse Zaken hierover vorige week ondervraagd. Hij zei dat dit zeer uitzonderlijk gebeurt, maar het is wel frappant dat het bijna 4.000 keer per jaar gebeurt dat gevangenen niet vanuit de gevangenis kunnen worden overgebracht.

U zegt dat het een samenloop van omstandigheden is. Natuurlijk ben ik het daarmee eens. De overbevolking in de gevangenissen doet hier uiteraard geen goed aan. Het is ook niet onlogisch dat de criminelen die zijn vrijgesproken - zaken die net voor kerst in de media zijn gekomen - illegale criminelen waren. De overbevolking van de gevangenissen kan niet los worden gezien van het feit dat we er bijna 4.000 illegalen in onze gevangenissen zitten.

Ik vind het een teleurstellend antwoord. De minister van Binnenlandse Zaken minimaliseert het probleem. Hij zegt dat het zeer uitzonderlijk is. De cijfers tonen echter aan dat dit in stijgende lijn gaat, dat het meer dan 4.000 keer op één jaar tijd voorkomt.

Ik vind het zeer jammer dat u op het merendeel van de vragen niet antwoordt. U hebt het over videoconferentie, terechte vragen van mijn collega, maar op de vraag wat er in de gevangenissen zelf fout loopt, antwoordt u niet. Ik vind dat zeer jammer.

Ik zou u willen oproepen om dit als een absolute prioriteit te beschouwen. Het feit dat criminelen dreigen vrij te komen, gewoon omdat ze hun eigen rechtszaak niet kunnen bijwonen, mogen we absoluut nooit aanvaarden. Het is georganiseerde straffeloosheid. Ik vrees dat we op deze manier volgend jaar opnieuw met een percentage van zeven procent of meer aan falende transporten zullen zitten.

08.06 Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister. Inderdaad, transporten die falen en niet kunnen doorgaan, moeten absoluut worden vermeden. Dat is veel te belangrijk. Die straffeloosheid moet worden tegengegaan.

Ik ben wel blij met uw antwoord en ik ben eveneens, in tegenstelling tot mevrouw Dillen, wel voorstander van het gebruik van videoconferenties in bepaalde zaken, zodat het aantal verplaatsingen kan worden beperkt bij de controle op de voorlopige hechtenis en bij zittingen voor de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling. Dat kan zeer nuttig zijn.

Het is ook goed dat intussen die uitrol van infrastructuur en technische middelen op een redelijk aantal sites gebeurd is. 200 als ik het goed heb begrepen.

Ik kijk uit naar het wetsontwerp dat de wettelijke obstakels zal wegwerken. We moeten inderdaad de weg inslaan van een moderne Justitie en men mag die technische middelen zeker niet onderbenut laten.

08.07 Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, ik noteer dat vorige week een voorontwerp van wet is goedgekeurd door de ministerraad betreffende die videozittingen, dat nu het hele proces moet doorlopen, met Raad van State enzovoort. We zullen de gelegenheid krijgen in deze commissie dit uitvoerig te bespreken. Het zal daarbij heel belangrijk zijn om degenen die op het terrein hiermee moeten werken, namelijk de advocaten, de magistraten en de griffiers, te horen.

Collega Van Vaerenbergh zegt nogal gemakkelijk dat zij voorstander is. Ik ben ook voorstander, mevrouw de minister, voor zaken die slechts enkele minuten in beslag nemen. Het gaat dan niet over de zittingen voor de raadkamer en de KI. Die kunnen soms een halfuur tot een uur duren, wanneer het gaat over grotere zaken waar er betwistingen zijn, bijvoorbeeld wat de aanhoudingen betreft. Met betrekking tot de inleidingszittingen voor de correctionele rechtbank wil ik u daarin volgen. Het gaat daar alleen over het vaststellen van conclusietermijnen en het opleggen van een pleitdatum. Daarvoor moeten die verplaatsingen inderdaad niet gebeuren, dat kan via videozitting, volledig akkoord. Eens er echter uitvoeriger moet gepleit worden, is fysieke aanwezigheid bijzonder belangrijk.

Ik ben dus benieuwd naar het wetsontwerp, dat misschien nog voor het zomerreces naar de commissie kan komen. Ik kijk ernaar uit.

Het incident is gesloten.

Meer informatie of een afspraak maken?